We willen bronnen oneindig kunnen blijven gebruiken.

Klaas Vos, Global Sustainability Manager Supply Chain bij FrieslandCampina

Verminderen, vernieuwen, hergebruiken, vervangen. Het zijn woorden die Klaas Vos vaak hanteert. Als Global Sustainability Manager Supply Chain werkt hij met veel collega’s samen om onze duurzaamheidsambities te realiseren. Hij is betrokken bij projecten zoals de verdere verduurzaming van de productielocaties en het melktransport. Waar mogelijk is het doel om processen op lange termijn circulair te laten worden, zoals bij verpakkingen, water en energie. Bij lange na geen eenvoudige opgave.

“Maar wel een cruciale opgave als we kijken naar de wereldwijde eisen en verwachtingen van bedrijven op de lange termijn om echt in balans met de natuur en de leefomgeving te opereren. We willen CO2-neutraal worden zodat we geen onnodige broeikasgassen meer uitstoten. Daarnaast willen we waar mogelijk circulair worden, zodat we vervolgens de bronnen oneindig kunnen blijven gebruiken. Daarom werken we voor de productielocaties aan vermindering van energieverbruik, letten we op hergebruik van energie én gaan we ervoor dat we geen fossiele, maar alleen maar hernieuwbare energiebronnen gebruiken. En dat is niet gemakkelijk, want intussen moeten onze locaties blijven draaien en het energienetwerk stabiel zijn."

"Voor de verwerking en productie van zuivel is nu eenmaal energie nodig. Dat kunnen we niet veranderen. Om die energie niet te verspillen, werken we hard aan het vergroten van onze efficiëntie, het inrichten van energiezuinige processen en het benutten van reststromen, wat nog te vaak als afval wordt gezien.”

We willen CO2-neutraal worden zodat we geen onnodige broeikasgassen meer uitstoten. Daarnaast willen we waar mogelijk circulair worden, zodat we vervolgens de bronnen oneindig kunnen blijven gebruiken.

“Dankzij de energieopwekking via zon en wind door veel van onze leden-melkveehouders  is er intussen genoeg schone elektriciteit om op mooie dagen onze productielocaties in Nederland, België en Duitsland te voorzien. Ook wordt op melkveebedrijven mest via vergisting omgezet in biogas. Dat biogas kunnen we weer gebruiken in onze Nederlandse fabrieken. We hebben al berekend dat we met de capaciteit bij onze leden theoretisch al in onze volledige energiebehoefte kunnen voorzien. En waar dit niet toereikend is, gebruiken we biomassa. Zo passen we in Balkbrug bijvoorbeeld de stoom van een naburige biogascentrale toe, die ontstaat bij de verbranding van snoeiafval uit de regio. We kijken dus per locatie welke mogelijkheden technisch haalbaar zijn. Voor buitenlandse productielocaties betekent dat bijvoorbeeld dat we overstappen van olie of kolen naar aardgas.”

“We proberen dus energie te besparen waar het kan. Daarnaast gaat het om CO2-emissies terug te dringen. In de productielocaties valt veel te winnen. Bij de droogprocessen- het maken van de poeders - stoten we de meeste CO2 uit. De houdbaarheid van melk kan verlengd worden door het water eruit te halen. Bij dat proces wordt vloeistof ingedampt en vervolgens in een droogtoren verneveld. Daarbij wordt direct of indirect door gas verwarmde lucht gebruikt van circa 200 graden. Stoppen met het gebruik van fossiele brandstoffen is dus niet altijd gemakkelijk, maar we kijken of we kunnen overstappen naar elektriciteit waar het kan. Zo is de daarbij behorende indampfase goed te elektrificeren. We gebruiken daarvoor groene elektriciteit die door onze leden-melkveehouders wordt opgewekt. Elektriciteit is ongeveer een kwart van het huidige energieverbruik. De overige 75% willen we uiteindelijk ook maximaal elektrificeren.”

“Een ander mooi voorbeeld als het gaat om besparing is onze Nutrifeed productielocatie in Veghel. Daar wordt jaarlijks al circa 1.000 ton CO2 minder uitgestoten.”

Productielocatie in Borculo