
Melkveehouderij loopt als een groene draad in het leven van Hanneke van Wichen. Ze werkt bij FrieslandCampina als schakel tussen de boeren en consumenten, en dat is precies wat ze wilde.
“Binnen FrieslandCampina ben ik verantwoordelijk voor het beleid van diergezondheid en dierenwelzijn. Daarnaast ben ik ook de verbindende schakel tussen de melkveehouders en het bedrijf. Ik werk bijvoorbeeld samen met key accountmanagers die onze klanten moeten uitleggen welke inspanningen we leveren met betrekking tot duurzame melkveehouderij. Tot slot werk ik veel samen met andere zuivelondernemingen in de sector. Samenwerking binnen de sector is belangrijk. Bijvoorbeeld, in het geval van slecht nieuws heeft dit niet alleen gevolgen voor de individuele bedrijven, maar voor de hele sector.”
Tegenwoordig willen steeds meer mensen weten hoe gezond een product is en waar het vandaan komt.
“Consumenten en klanten worden steeds nieuwsgieriger. Vroeger waren voedselveiligheid en kwaliteit de belangrijkste kwesties, maar tegenwoordig willen steeds meer mensen weten hoe gezond een product is en waar het vandaan komt. We hebben een mooi verhaal, maar we moeten het ook goed presenteren als FrieslandCampina.”
“Nourishing by nature is mijn werk. Het houdt me elke dag weer bezig. Het is niet alleen het doel van ons bedrijf, maar ook van onze melkveehouders. Ze hebben familiebedrijven en om toekomstige generaties in staat te stellen deze bedrijven voor te zetten, moeten ze hun bedrijf gezond houden. Dit is hard werken. Daarnaast hebben ze te maken met regels die niet altijd meteen helder zijn en met een overheid die vaak van koers verandert.”
“Melkveehouderij is een groene draad in mijn leven. Ik ben ermee opgegroeid en mijn ouders en broer hebben een melkveebedrijf. Ik volgde een agrarische opleiding in Wageningen en kwam uiteindelijk bij FrieslandCampina terecht. Veel Nederlanders hebben een verkeerde indruk van de Nederlandse melkveehouderij. Het is belangrijk dat we de consumenten het juiste verhaal vertellen en zo het gat verkleinen. We moeten de taal van de boeren blijven spreken om in contact te blijven met onze leden-melkveehouders en hen te bewegen naar een meer marktgerichte operatie.”