‘s Werelds eerste koolstofvastleggingsstandaard voor de veehouderij

Op weg naar klimaatneutrale zuivel hebben we sterke reductiedoelstellingen voor de uitstoot van broeikasgassen. Maar het gaat ook om het verwijderen en opslaan van broeikasgassen: koolstofvastlegging. Dat is waar onze klimaat- en onze biodiversiteitsprogramma's elkaar raken. Maar waar gaat dat over?

Netto-klimaatneutraal en netto-positieve biodiversiteitsimpact

‘Beter klimaat’ en ‘betere natuur’ zijn twee van onze prioriteiten voor een betere planeet. Met onze programma's ondersteunen we de coöperatie van onze leden-melkveehouders. De programma's gaan over netto-klimaatneutraal worden en een netto-positieve impact op de biodiversiteit. Dat vraagt om het zoveel mogelijk terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen en het sterker maken van de natuur.

Meetbaar maken

Het bereiken van klimaat- en natuurdoelen vraagt om meetbaarheid, zodat we weten hoe we scoren en waar we kunnen verbeteren. Daarom hebben we op individueel bedrijfsniveau wetenschappelijk onderbouwde systemen (mee)ontwikkeld en geïmplementeerd waarmee we kunnen volgen wat de scores zijn op klimaat en natuur.

Wat houdt koolstofvastlegging in?

Koolstofvastlegging is een van de oplossingen voor het wereldwijde klimaatprobleem. Het gaat om de langetermijnopslag van koolstof, bijvoorbeeld in planten en bodem. In dit geval is ook de meetbaarheid van groot belang. De uitstoot van broeikasgassen verminderen is één ding, opslaan is iets anders. Het is belangrijk te weten hoeveel koolstof wordt afgevangen en vastgelegd, en ook hoe doeltreffend dat is. Dat vraagt om een wetenschappelijk onderbouwde methodologie met gemeenschappelijke inzichten en steun van relevante organisaties.

De standaard zetten: C-Sequ

Pablo Modernel, R&D-specialist bij FrieslandCampina en lid van het ontwikkelingsteam: "FrieslandCampina heeft samen met een aantal bedrijven, wereldwijde bodemwetenschappers en life-cycle assessment-(LCA)specialisten 4 jaar gewerkt aan 's werelds eerste op LCA gebaseerde methodologie voor het berekenen van koolstofvastlegging in veehouderijsystemen: C-Sequ. Het omvat de nieuwste LCA-praktijken, waaronder zowel IPCC als ISO richtlijnen. In september 2022 werd deze methodologie goedgekeurd door de International Dairy Federation. Dit betekent dat alle bedrijven dezelfde visie delen over hoe koolstofvastlegging in rekening moet worden gebracht bij productclaims, het adviseren van boeren of het rapporteren van emissies. Bovendien worden de lessen van het project gebruikt in verschillende projecten en initiatieven op het gebied van ‘koolstoflandbouw’ in Nederland en de EU."

Wat doen we eraan?

Pablo vult aan: "We zijn er misschien nog niet met het meten van alle opgeslagen koolstof door onze leden-melkveehouders, maar ze werken wel al actief met de biodiversiteitsmonitor die we samen met WNF en de Rabobank hebben ontwikkeld. We hebben deze monitor geïmplementeerd en meer dan 10.000 van onze leden maken er gebruik van."

De biodiversiteitsmonitor voor de melkveehouderij richt zich op:

  1. Lokale veevoederproductie, bijvoorbeeld door de nadruk te leggen op lokale voederproductie om het effect van ingevoerde voedercomponenten te verminderen.
  2. Blijvend grasland, zoals geen grondbewerking
  3. Natuur- en landschapsbeheer met meer natuurelementen op boerderijen, zoals bomen en weidevogelbescherming
  4. Ontwikkeling van een rijkere grassamenstelling om vogels en insecten aan te trekken, bijvoorbeeld door grasland opnieuw in te zaaien met een rijker mengsel, zoals bloemen en kruiden.