
Zuivel, geproduceerd in balans met natuur en klimaat; FrieslandCampina streeft naar klimaatneutrale zuivel in 2050. ’s Werelds grootste Chocoladefabrikant Barry Callebaut en tevens klant van FrieslandCampina, heeft soortgelijke ambities en hanteert hierbij ook een ketenbrede aanpak. Beide bedrijven sloegen de handen ineen en startten een ketensamenwerking om via een voeradditief voor koeien de uitstoot van broeikasgassen op de boerderij te reduceren.
“Duurzaamheid wordt meer en meer een randvoorwaarde om onze melkproducten te kunnen vermarkten. Door voorop te lopen met duurzaamheid zijn we een aantrekkelijke partner om mee samen te werken. Het onderscheidt ons in de markt en helpt ons de melk van onze leden-melkveehouders optimaal te verwaarden”, aldus Barbara van Hoorn, key accountmanager bij FrieslandCampina.
Toonaangevend
Dat beaamt ook Oliver von Hagen, directeur sustainability ingredients bij Barry Callebaut. “FrieslandCampina is toonaangevend op het gebied van duurzaamheid. We waren op zoek naar een partner die ons in staat stelt nieuwe initiatieven te testen op het gebied van duurzaamheid en die een leiderschapsrol vervult. FrieslandCampina was voor ons dan ook een hele bewuste keuze”, licht Oliver toe. Barry Callebaut neemt bij FrieslandCampina onder meer melkvet af voor de productie van chocolade. De multinational wil de CO2-voetafdruk in de hele toeleveringsketen verminderen, en dus ook die van zuivelingrediënten.
FrieslandCampina als partner is een heel bewuste keuze
Pilot van gras tot ‘glas’
Samen met FrieslandCampina’s leden-melkveehouders, voeradditievenproducent Agolin en voerleverancier Agrifirm werd in 2020 een pilot gestart om nieuwe manieren te verkennen voor het verlagen van broeikasgasemissies. Het betreffende voeradditief van Agolin dat door Agrifirm in een mineralenmengsel aan melkveehouders werd geleverd, werd een jaar lang door ruim veertig leden-melkveehouders getest.
Ruim acht procent reductie
Het additief is al enige tijd op de markt en betreft een mengsel van plantenextracten uit specerijen en kruiden. Het effect ervan op onder meer methaanreductie is eerder wetenschappelijk onderzocht. Volgens Gold Standard heeft het additief de potentie om de methaanemissie uit de pens van de koe met ruim 8 procent te verminderen. Ook kan het gebruik leiden tot verbeterde melkproductie en vruchtbaarheid. “Ik werd benaderd door mijn voeradviseur met de vraag om deel te nemen aan dit project. Voor mij een mooi voorbeeld van hoe een vraag vanuit de markt kan worden doorvertaald naar het boerenerf. Ik zie dat als een kans voor onze coöperatie en wil daaraan graag bijdragen. Het project omvat de hele keten, van gras tot glas. We hebben allemaal een rol vervuld”, vertelt Gerhard de Visser, melkveehouder van FrieslandCampina.
Ervaringen deelnemende boeren
“Binnen deze samenwerking werden verschillende partijen bij elkaar gebracht en werd directe interactie mogelijk met de melkveehouders van FrieslandCampina”, vertelt Oliver verder. “Die directe link met de melkveehouders was voor ons heel belangrijk. We wilden niet zozeer bevestiging krijgen op de impact van het additief op de uitstoot van broeikasgassen, maar vooral in de praktijk onderzoeken hoe melkveehouders het gebruik ervan op hun bedrijf ervaren en wat volgens hen de voor- en nadelen zijn om met een voeradditief als Agolin te werken”.
Directe link met melkveehouders is heel belangrijk
En die gebruikservaringen waren over het algemeen positief. Melkveehouders die het additief hebben gevoerd hebben de effecten ervan op hun bedrijf gemonitord. Tijdens de workshop hebben zij aangegeven welke effecten er zichtbaar waren, en of deze overtuigend genoeg waren om het middel te blijven voeren. Hoewel niet iedereen tot dezelfde conclusie kwam, overweegt de meerderheid van de deelnemende melkveehouders het additief te blijven voeren aan hun koeien. Een belangrijk signaal dat werd afgegeven was de verwaarding van de methaanreductie. Hiervoor is het wenselijk dat de inspanningen op het boerenerf direct worden beloond.
Naar een CO2-neutrale toekomst
Het praktijkonderzoek heeft ertoe geleid dat er beter inzicht is verkregen in de overwegingen van melkveehouders bij het gebruik van toevoegingsmiddelen als Agolin en de pijnpunten die zij ervaren. En, op welke manier voeradditieven ons kunnen helpen de broeikasgasuitstoot te verlagen. De resultaten helpen FrieslandCampina verder in de reis naar een CO2-neutrale toekomst. “We doen dit voor een betere planeet, maar ook omdat de klant en de consument ernaar vragen”, sluit Barbara af.