
Hoofdprijs
Kees Peeters kent de Hooimelkmethode uit Zwitserland en beschikt over een geschikte stal voor de toepassing ervan. Volgens de melkveehouder is de methode een kans voor de toekomst van de melkveesector. Op zijn bedrijf gaat het hooi de mais voor een groot deel vervangen, wat zorgt voor meer eiwit van eigen land. De jury roemde het idee van Peeters omdat het drie facetten raakt: het verbetert het bedrijfsproces, de omgeving en de mens. Peeters heeft plannen om in de nabije toekomst echte Limburgse Hooimelk in de winkelschappen te krijgen. Hiervoor wil hij samenwerken met collega melkveehouders uit de provincie.
Publieksprijs
Met ruim 500 van de in totaal 1200 stemmen wonnen melkveehouders Mark van Lipzig en Ineke Haast uit Velden de publieksprijs. Zij willen de kloof tussen boer en burger verkleinen door hun melkveebedrijf open te stellen als een Experience Center voor jong en oud. Ze gaan burgers betrekken in het voedselproces op hun boerderij door hen de cirkel te laten ervaren van grazende koeien in de wei tot de zuivelproductie. “Het is voor ons als ondernemers en ook voor de sector belangrijk om enthousiasme en begrip te creëren bij onze omgeving, bij burgers. De boerderij is er al, dus laat het gewoon zien!”, aldus de melkveehouders. “We willen door volledige transparantie mensen bewust maken van het belang van gezonde voeding. Zo hopen we een hogere waardering te krijgen voor onze producten en kunnen we meer investeren in innovatie voor dierenwelzijn.”
Over de Dutch Dairy Challenge
De Dutch Dairy Challenge is een initiatief van zeven partijen: FrieslandCampina, Rabobank, Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Courage, Imagro, Stuurgroep LIB en de kennisalliantie Challenge Based Learning EWUU (Universiteiten van Wageningen Eindhoven en Utrecht). Daarnaast werkt het initiatief samen met partners uit de regio: Agrifirm, LLTB, Provincie Limburg en ZLTO. De Dutch Dairy Challenge helpt melkveehouders om handen en voeten te geven aan vernieuwende en ondernemende ideeën voor de toekomst van het eigen melkveebedrijf en de Nederlandse melkveehouderij. In een traject van drie maanden zijn deze melkveehouders ondersteund om hun idee uit te voeren en te toetsen in de praktijk.