Stand van zaken fosfaatreductieplan

29 november 2016

FrieslandCampina werkt als lid van de Nederlandse Zuivel Organisatie (NZO) op dit moment hard aan de totstandkoming van een plan om de fosfaatproductie door de melkveehouderij substantieel te verminderen in 2017. Het plan waarvan staatsecretaris Van Dam vorige week de hoofdlijnen bekend heeft gemaakt, wordt op dit moment nader uitgewerkt. De NZO doet dat in overleg met ZuivelNL, LTO Nederland, de Nederlandse Melkveehouders Vakbond en het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt.

Het is de bedoeling dat het plan op korte termijn wordt afgerond en zo spoedig als mogelijk in 2017 in werking treedt. De maatregelen die het plan bevat, zullen ingrijpend zijn voor alle partijen in de zuivelsector. In het overleg met de bovengenoemde organisaties, het Ministerie van Economische Zaken en de Europese Commissie en naar aanleiding van de wetsbehandeling in de Tweede Kamer van het fosfaatrechtenstelsel, kunnen nog wijzigingen en aanpassingen doorgevoerd moeten worden.

Waarom een fosfaatreductieplan?

Een substantiële reductie van fosfaat is in 2017 noodzakelijk om te voldoen aan de eisen van de Europese Commissie. Nederlandse melkveehouders mogen nu meer stikstof uit dierlijke mest op hun land brengen dan melkveehouders in andere EU-lidstaten. Aan deze derogatie is de voorwaarde verbonden dat de fosfaatproductie van de totale veehouderij in Nederland onder de grens van 172,9 miljoen kilogram blijft. Door de groei van de melkveehouderij is die grens in 2015 overschreden en zal die in 2016 worden overschreden. Ook volgend jaar dreigt overschrijding. Behoud van de derogatie voor de veehouderij en de daarbij behorende voorwaarden zijn vooral in het belang van de melkveehouders in Nederland, maar ook van de economie en het milieu. Daarom wordt gewerkt aan maatregelen die de derogatie in 2017 veilig stellen en uitzicht bieden op derogatie in de jaren daarna.

De maatregelen beogen de reductie van 8,2 miljoen kilogram fosfaat door de melkveehouderij in 2017. Het pakket bestaat uit:

  1. fosfaatreductie in veevoer,
  2. een opkoop- en bedrijfsbeëindigersregeling, en
  3. het fosfaatreductieplan zuivel.

1.    Fosfaatreductie in veevoer

De mengvoerbedrijven verenigd in brancheorganisatie Nevedi gaan in 2017 minder fosfor aan het mengvoer toevoegen. Zij hebben een overeenkomst gesloten, die voorziet in de reductie van 1,7 miljoen kilogram fosfaat. De aanscherping betreft vooralsnog ‘droge’ voeders. Ook wordt getracht afspraken te maken met producenten en leveranciers van ‘natte’ voeders. Het ministerie van Economische Zaken gaat na of er voor deze fosfaatreductie in veevoer een Algemeen Verbindend Verklaring (AVV) kan worden vastgesteld.

2.    Opkoop- en bedrijfsbeëindigersregeling

Er wordt gewerkt aan een opkoop- en bedrijfsbeïndigersregeling om de veestapel in 2017 te reduceren. De hoofddoelgroep van de opkoop- en bedrijfsbeïndigersregeling zijn de bedrijven die stoppen met de melkproductie. Daarvoor komt 50 miljoen euro beschikbaar. Dat bedrag is afkomstig uit de ‘nationale enveloppe’ van het EU-steunpakket van juli 2016 (23 miljoen euro) plus een aanvulling van het Ministerie van Economische Zaken van 2 miljoen euro. De zuivelsector zal zelf 25 miljoen euro bijdragen. Daarvoor zal ZuivelNL een heffing moeten opleggen aan veehouders, die via het melkgeld van de zuivelondernemingen wordt geïnd. Veehouders die hun melkveebedrijf in 2017 beëindigen, krijgen de garantie dat aan hen per 1 januari 2018 fosfaatrechten worden toegekend, ondanks het feit dat men eerder het bedrijf beëindigt. Om te stimuleren dat bedrijven die overwegen het bedrijf te beëindigen hun melkveestapel in 2017 afvoeren, wordt een liquiditeitsvoorziening in het leven geroepen door banken. De regeling wordt momenteel uitgewerkt door het Ministerie van Economische Zaken. Voorzien is dat de premieregeling in het begin van 2017 twee of drie keer wordt opengesteld waarbij de premie voor de eerste openstelling het hoogst is en de volgende keren steeds lager wordt vastgesteld. Met de opkoop- en bedrijfsbeëindigersregeling kan een fosfaatreductie worden gerealiseerd van 2,5 miljoen kilogram.

3.    Fosfaatreductieplan zuivel

Taakstelling voor elke zuivelonderneming
Het fosfaatreductieplan zuivel moet voorzien in een reductie van 6,5 miljoen kilogram fosfaat. Dat komt overeen met de fosfaatproductie van circa 160.000 melkkoeien. Dat aantal wordt verdeeld over de zuivelondernemingen volgens een verdeelsleutel.

De leden-melkveehouders van FrieslandCampina kunnen kiezen uit twee mogelijkheden. De “Verplichte melkgeldregeling” of de “Vrijwillige GVE-reductieregeling”.

Verplichte melkgeldregeling

In deze regeling wordt aan melkveebedrijven een referentievolume toegekend. Het referentievolume wordt gelijk gesteld aan de melkproductie in het kalenderjaar 2015 min 4%, geijkt op het leveringspatroon 2016. Melkveebedrijven die in 2017 op maandbasis meer melk leveren dan het referentievolume worden gekort (malus) op de garantieprijs per maand voor de boven het referentievolume geleverde hoeveelheid melk. De hoogte van de inhouding is 90% van de garantieprijs per maand.

De opbrengst van de malus wordt uitgekeerd in de vorm van een bonus per structureel verminderde GVE,ten opzichte van de taakstelling. Bekeken wordt op welke wijze de bonus gedurende het jaar 2017 kan worden uitgekeerd.

Vrijwillige GVE-reductieregeling

Als alternatief voor de verplichte melkgeldregeling kunnen melkveehouders kiezen voor de vrijwillige GVE-reductieregeling. In deze regeling krijgt een melkveebedrijf een GVE-referentie. Die is gelijk aan het aantal GVE’s op 2 juli 2015 min 4%. Gedurende 2017 wordt de gemiddelde veebezetting maandelijks vergeleken met deze GVE-referentie.

Voor elke boventallige GVE wordt maandelijks een malus geheven. Die wordt berekend door aan elke boventallige GVE 800 kilogram melk toe te rekenen en daarop een korting van 90% op de garantieprijs per maand toe te passen.

Veehouders kunnen de malus beperken door GVE’s af te voeren. In dat geval wordt het malusvolume met 800 kilogram melk per GVE verminderd, onafhankelijk van de daadwerkelijke productie per koe. Afvoer zal aantoonbaar moeten worden gemaakt door middel van een export-, dood- of slachtverklaring. De malusregeling zal nader worden bekeken voor specifieke situaties, waaronder na 2 juli 2015 gestarte of sterk gegroeide bedrijven.

De opbrengst van de malus wordt uitgekeerd in de vorm van een bonus per structureel verminderde GVE ten opzichte van de taakstelling. Bekeken wordt op welke wijze de bonus gedurende het jaar 2017 kan worden uitgekeerd.

Vrijstelling van de verplichte melkgeldregeling

Melkveebedrijven die voldoen aan de GVE-referentie (veebezetting op 2 juli 2015 min 4%) krijgen ontheffing van de verplichte melkgeldregeling. Deze bedrijven komen wel in aanmerking voor de bonus, mits de veebezetting op hun bedrijf in 2017 minder is dan op 2 juli 2015 min 4%. Bedrijven die vrijstelling willen, zullen in 2017 elke maand het aantal GVE’s moeten opgeven conform de Vrijwillige GVE-regeling.

Algemeen verbindend verklaring door ZuivelNL

Om voor alle melkveehouders en zuivelondernemingen in Nederland dezelfde systematiek te kunnen hanteren, wordt er gewerkt aan een zogenoemde algemeen verbindend verklaring (AVV) voor het fosfaatreductieplan zuivel. Tot een definitieve aanvraag daartoe zal nog worden besloten door ZuivelNL, de ketenorganisatie van de zuivelsector. Ook zal de algemeen verbindend verklaring van de regeling moeten worden voorgelegd aan de Europese Commissie. Het ministerie van Economische Zaken zal de AVV vervolgens vaststellen. Met een AVV zullen de maatregelen van toepassing zijn op alle eerste ontvangers van melk (zuivelondernemingen, opkopers van melk, enz) en op alle melkveehouders in Nederland.

Het fosfaatreductieplan sluit zoveel mogelijk aan bij bestaande mestwetgeving en bij het in te voeren fosfaatrechtenstelsel, zoals dat op dit moment ter behandeling in de Tweede Kamer ligt. Dat betekent dat het ook van toepassing zal zijn op bijvoorbeeld biologische en grondgebonden melkveebedrijven. De definitieve vormgeving van het fosfaatrechtenstelsel kan nog tot wijziging leiden van het fosfaatreductieplan.

Voorwaarden

Aan de uitvoering van het fosfaatreductieplan hebben de leden van NZO enkele voorwaarden verbonden:

  • het wetsontwerp fosfaatrechtenstelsel melkveehouderij dient vóór 1 januari 2017 in elk geval in de Tweede Kamer te worden behandeld en te worden aangenomen
  • er dient bestuurlijke instemming van de NZO-leden te zijn
  • het plan moet uitzicht bieden op verlenging van de derogatie per 2018
  • het fosfaatreductieplan dient de toets van de mededinging te doorstaan
  • het Ministerie van Economische Zaken dient zo snel als mogelijk toekenning door (na toets Europese Commissie) de Algemeen Verbindend Verklaring af te geven
  • grondgebondenheid moet opgenomen worden in het 6e actieprogramma Nitraatrichtlijn voor de derogatie 2018-2021, waarbij ook aandacht dient te zijn voor de grondgebonden positie van de biologische sector.

Vervolgstappen

FrieslandCampina werkt het fosfaatreductieplan zuivel op dit moment nader uit samen met ZuivelNL, LTO, NMV en NAJK. Daarbij is voortdurend overleg met het Ministerie van Economische Zaken. Zodra de plannen definitief zijn zullen wij u daarover informeren.

Besluitvorming binnen FrieslandCampina

Op basis van de in de sector overeengekomen maatregelen zal FrieslandCampina maatregelen uitwerken die in december 2016 aan de ledenraad ter goedkeuring zullen worden voorgelegd. Voor die tijd moeten de executive board en de raad van commissarissen van FrieslandCampina en het bestuur van de coöperatie ook hun goedkeuring aan de maatregelen geven.

Ongetwijfeld zullen er vragen zijn naar aanleiding van deze informatie. Helaas kunnen wij op dit moment nog niet op veel vragen antwoord geven omdat de details van de regelingen nog worden uitgewerkt.