Jonge veehouders kiezen voor hun coöperatie

13 februari 2008

Ook al zijn ze jong en kritisch, jonge melkveehouders zien wel degelijk de waarde van de zuivelcoöperatie Campina voor hun eigen melkveebedrijf. Coöperatief ondernemen is niet uit de tijd, zo geven de meeste van de vijfhonderd aanwezige jonge Campina-melkveehouders uit Nederland, Duitsland en België aan op de internationale Campina Jongerendag in Den Bosch (Nederland).

De meeste bezoekers van de Campina Jongerendag zijn beoogd bedrijfsopvolger van huidige Campina-leden.
De jonge boeren discussiëren  de hele dag  en debatteren op Lagerhuis-achtige wijze over  het thema ‘Zuivelbasics – Waarom zuivelcoöperatie in een groeiende zuivelmarkt?’ Bij het zien van scherpe stellingen rondom de markt, coöperatie, Campina en ondernemerschap, kiezen de jonge boeren lijfelijk voor ‘eens’ of ‘oneens’. Natuurlijk wordt ook om onderbouwing gevraagd. Het gaat om het debat, om transparantie en een antwoord krijgen op de vragen.
Aan het einde van de dag concludeert Campina-voorzitter Kees Wantenaar: “Ik heb een hele grote groep ondernemers gezien, waar de ambitie vanaf straalt. Je ziet dat mensen de toekomst met een open vizier aangaan. Dat is de kracht van deze coöperatie.”

Coöperatief ondernemen is niet uit de tijd
De stelling ‘Coöperatief ondernemen is uit de tijd’ veroorzaakt een verplaatsing van honderden voeten. Massaal lopen de jonge boeren naar het vak ‘oneens’.
In het vak ‘eens’ verklaart iemand: “Als je als melkveehouder groot genoeg bent en je bent met meer, dan kun je samen een melkauto laten rijden.” In het ‘oneens’-vak is men er snel mee klaar: “Hoor je wat hij zegt? Boeren, die samen iets gaan doen. Dat is coöperatie.” “De coöperatie is een van de sterkste vormen van ondernemerschap. Meer oprechte betrokkenheid bij een onderneming kun je je niet voorstellen”, zegt Timo Huges, algemeen directeur van FloraHolland. Hij is een van de experts die de jongeren op deze dag kunnen raadplegen. Hij scherpt de coöperaties: een coöperatie moet haar leden (de eigenaren) altijd tonen toegevoegde waarde te hebben.

Ongekende tijd
Dat is een mooie uitdaging in een, voor melkveehouders, ongekende tijd. Wereldwijd lijkt de vraag naar zuivel structureel harder te groeien dan het aanbod. De rooskleurige vooruitzichten zijn te danken aan de bevolkings- en welvaartsgroei buiten Europa. Als de jonge veehouders wordt gevraagd hoe zij op deze groei kunnen inspelen, antwoorden ze vaak: “Als individueel lid kun je niet inspelen op de wereldmarkt; dat moet Campina doen.” Folkert Beekman, secretaris van het Nederlandse Productschap Zuivel beaamt dat: “Doordat zuivelondernemingen deze groeimarkten betreden, moeten melkveehouders straks kunnen merken dat ze de extra melk die ze produceren, kwijt kunnen tegen toch een goede prijs.” Internationale groei , is ook een van de argumenten voor de verkennende fusiegesprekken van Campina en Friesland Foods.

Investeren in merken en innovaties
Voor meer gerijpte markten, zoals die in West-Europa, waar Campina een sterke positie heeft, is het devies: investeren in merken en innovaties, zo houdt Wouter de Bruijn, managing director bij Campina, de jonge boeren voor. Merken en innovaties zijn van belang om de gunst van de consument te houden. En dat is weer nodig om de leden-melkveehouders structureel een goede melkprijs te kunnen betalen.

Gouden generatie van melkveehouders
Hoe dan ook, de vooruitzichten voor melkveehouders zijn beter dan ze jaren geweest zijn. Dat houdt Campina-melkveehouder Hay Zeegers uit Wellerlooi (bij Venlo, Nederland) de jonge boeren voor. “Ik ben jaloers op jullie. Ik ben al 40 jaar melkveehouder. In de jaren ’70 produceerden we zoveel melk, dat er zulke boterbergen waren, dat zelfs Rusland ze niet op kon eten. En nu is er een tekort aan melk! Jullie zijn de gouden generatie; als je goed onderneemt, kun je een goede boterham verdienen.”