Campina boort met yoghurtwinkels nieuw verkoopkanaal aan

14 december 2015

Zuivelmerk Campina startte op maandag 14 december een nauwe samenwerking met Yoghurt Barn, een kleine keten yoghurtwinkels met grote groeiplannen. Het FrieslandCampina-merk neemt de horecaketen niet over, maar wordt als de nieuwe, exclusieve yoghurtleverancier wel zichtbaar op de luifels, terrasschermen en andere plekken in de winkels. De bestaande reclameslogan Loei lekker! verandert in Loei lekker by Campina!

‘We maken er geen Campina-winkels van’, zegt Maurice Willemsen, die verantwoordelijk is voor het merk Campina. ‘Die blijven gewoon Yoghurt Barn heten. If it ain’t broken, don’t try to fix it.’ Wel zal Campina de enige leverancier zijn van yoghurt, die eerder werd geleverd door Weerribben Zuivel.

Internationale ambitie

Yoghurt Barn, dat in 2012 van start ging, opent dinsdag een vierde winkel en in januari nummer vijf en zes. ‘In 2018 moeten er 25 winkels zijn’, zegt initiatiefnemer Wouter Staal. Hij ziet ruimte voor 25 tot 40 winkels in Nederland om daarna te kunnen doorgroeien in het buitenland.

Met de yoghurtwinkels kan Campina in direct contact komen met consumenten, wat in supermarkten lastiger is. ‘Met ons is het makkelijker om een verhaal te vertellen’, zegt Staal. In de winkel kan Campina beleving toevoegen aan zuivel en experimenteren met yoghurtvarianten. Daarvan zijn er al enkele ontwikkeld, plus een speciale Barn Yoghurt.

Filiaal van Yoghurt Barn, dat in 2012 van start ging en dinsdag de vierde winkel hoopt te openen (foto: Yoghurt Barn)

Groeimarkt

Met Campina zijn afspraken gemaakt over het uitbreiden van de keten, aldus Staal. Dat zit volgens hem vooral in gunstige leveringsvoorwaarden. ‘En we hebben nu een partner waardoor we overal dezelfde kwaliteit yoghurt kunnen leveren. Campina kan ook helpen met onze marketing.’

Yoghurt Barn heeft volgens Staal Campina niet nodig voor de financiering van de groeiplannen. De vier oorspronkelijke aandeelhouders zijn niet zo lang geleden afgelost door een nieuwe investeerder en Rabobank. Vervolgfinanciering is volgens Staal ook bijna rond.