Halfjaarbericht 2011: FrieslandCampina investeert in verdere groei

31 augustus 2011

De netto-omzet van Koninklijke FrieslandCampina N.V. is in het eerste halfjaar 2011 met 9,3 procent toegenomen tot 4,7 miljard euro. Gecorrigeerd voor valuta-effecten is de netto-omzet gegroeid met 10,3 procent. Hogere verkoopprijzen en volumegroei van consumentenproducten in vooral Azië en Afrika en speciale ingrediënten hebben bijgedragen aan de omzetgroei. Merken als Peak (Nigeria) en Friso (baby- & kindervoeding) presteerden goed. De pro forma melkprijs voor de door leden-melkveehouders van FrieslandCampina geleverde melk nam met 19,3 procent toe tot 38,63 euro per 100 kilo melk (eerste halfjaar 2010: 32,38 euro per 100 kilo melk).

Hoofdpunten eerste halfjaar 2011

  • Netto-omzet stijgt met 9,3 procent, gecorrigeerd voor valuta-effecten 10,3 procent, naar 4.730 miljoen euro door hogere verkoopprijzen en volumegroei
  • Business groups Consumer Products International en Ingredients ontwikkelen zich positief en dragen sterk bij aan het resultaat; Cheese, Butter & Milkpowder verbetert resultaat; resultaat Consumer Products Europe lager door margedruk
  • Marktaandelen over vrijwel gehele linie toegenomen of stabiel 
  • Realisatie strategie route2020 op schema met investeringen in productie baby& kindervoeding en marketing & innovatie
  • Bedrijfsresultaat daalt met 11,8 procent tot 210 miljoen euro door margedruk in Europa, investeringen in de organisatie en negatieve valuta-effecten
  • Winst daalt met 18,6 procent naar 127 miljoen euro; gecorrigeerd voor de aanpassing van de garantieprijsberekening en winstverdeling daalt winst met 7,1 procent 
  • Kasstroom uit operationele activiteiten neemt af naar 63 miljoen euro (eerste halfjaar 2010: 85 miljoen euro) 
  • Pro forma melkprijs neemt toe met 19,3 procent naar 38,63 euro per 100 kilo melk; hiervan is 0,50 euro per 100 kilo het positieve effect van de aanpassing van de garantieprijsberekening en winstverdeling

 
 

Resultaten
in miljoenen euro’s

2011
eerste
halfjaar

2010
eerste
halfjaar

2010

jaar

Netto-omzet

4.730

4.328

8.972

Bedrijfsresultaat

210

238

434

Winst

127

156

285

Pro forma melkprijs
(in euro per 100 kg)

38,63

32,38

34,35

Cees ’t Hart, chief executive officer van Koninklijke FrieslandCampina: “De ontwikkelingen liggen in lijn met de verwachting. Groei realiseren we in alle vier business groups en vooral bij Consumer Products International en Ingredients. Met de aanpassingen in de organisatie, de projecten die we gestart zijn en de nieuwe werkwijze van marketing en innovatie in het kader van de realisatie van de strategie route2020 liggen we goed op schema. In 2013-2014 verwachten we meer zichtbare effecten in de realisatie van route2020.
Tevreden zijn we vooral over de resultaatontwikkeling van onze ingrediëntenactiviteiten. Ook de ontwikkelingen in Azië en Afrika zijn positief. We zijn er daar in geslaagd de hogere grondstofkosten in de meeste markten en productcategorieën door te berekenen en het volume te laten groeien. In Europa hebben we het lastiger. Er is geen sprake van groei van de consumptie en consumenten blijven bijzonder gevoelig voor lage prijzen en productpromoties. Met name in Duitsland lukt het niet om de noodzakelijke prijsverhogingen in de markt door te berekenen. In de moeilijke Europese markt is het wel gelukt de marktaandelen van de meeste merken te laten groeien of op het niveau van vorig jaar te houden.”

Belangrijkste financiële ontwikkelingen in het eerste halfjaar 2011
De netto-omzet van FrieslandCampina is in het eerste halfjaar 2011 met 9,3 procent gestegen tot 4.730 miljoen euro. Door hogere verkoopprijzen werd een stijging van de omzet met 410 miljoen euro gerealiseerd. Het verkoopvolume is toegenomen en er heeft een volumeverschuiving plaatsgevonden van commodities naar toegevoegdewaardeproducten. De omzet is voor 43 miljoen euro negatief beïnvloed als gevolg van valuta-effecten (vooral de dure euro ten opzichte van de US-dollar).

Het bedrijfsresultaat is in de eerste helft van 2011 uitgekomen op 210 miljoen euro, een vermindering met 11,8 procent ten opzichte van de eerste helft van 2010 (238 miljoen euro). Het bedrijfsresultaat als percentage van de netto-omzet bedroeg 4,4 procent (eerste halfjaar 2010: 5,5 procent).

De winst over het eerste halfjaar 2011 bedroeg 127 miljoen euro (eerste halfjaar 2010: 156 miljoen euro). De belangrijkste redenen voor de afname van de winst zijn de aanpassing van de garantieprijsberekening en winstverdeling, lagere marges en de hogere investeringen in de organisatie in het kader van de realisatie van route2020.

De bedrijfslasten zijn in het eerste halfjaar 2011 met 10,4 procent toegenomen naar 4.532 miljoen euro (eerste halfjaar 2010: 4.104 miljoen euro). De vergoeding aan de leden-melkveehouders, onderdeel van de bedrijfslasten, is in het eerste halfjaar 2011 met 23 procent toegenomen naar 1.750 miljoen euro (eerste halfjaar 2010: 1.420 miljoen euro).

De kasstroom uit operationele activiteiten is gedaald naar 63 miljoen euro (eerste halfjaar 2010: 85 miljoen euro). De daling van de kasstroom is het gevolg van de lagere winst alsmede door het sterk gestegen werkkapitaal. De stijging van het werkkapitaal is veroorzaakt door hogere prijzen en toename van de voorraden. De kasstroom uit investeringsactiviteiten steeg door toegenomen investeringen in grond, gebouwen, installaties en immateriële activa. De totale investeringen bedroegen 131 miljoen euro (eerste halfjaar 2010: 75 miljoen euro).
 
De nettoschuld bedraagt 920 miljoen euro per 30 juni 2011. Ten opzichte van ultimo 2010 betekent dit een stijging van 144 miljoen euro door de toegenomen financieringsbehoefte als gevolg van het gestegen werkkapitaal.
Het groepsvermogen bedraagt per 30 juni 2011 2.166 miljoen euro (ultimo 2010: 2.071 miljoen euro). Het eigen vermogen is versterkt door de reservering uit de winst over het jaar 2010.
De solvabiliteit (groepsvermogen als percentage van het balanstotaal) is met 39,1 procent op hetzelfde niveau gebleven als ultimo 2010.
In 2011 is de winstverdeling en de berekening van de garantieprijs voor de melk van de leden-melkveehouders aangepast ten opzichte van de jaren 2008 – 2010. Dit heeft een negatief effect van 18 miljoen euro op de winst en een positief effect van 0,50 euro per 100 kilo melk op de melkprijs. Van de winst wordt 50 procent (was 40 procent) ter beschikking gesteld aan de leden van de coöperatie. Hiervan wordt 30 procent uitgekeerd aan de leden-melkveehouders als prestatietoeslag voor de geleverde melk en wordt 20 procent uitgekeerd in de vorm van ledenobligaties-vast. In de berekening van de garantieprijs is vanaf 2011 opgenomen de eventuele nabetaling en de eventuele vorming van vermogen op naam van de melkveehouders van de referentiebedrijven.

De belastingen bedroegen 48 miljoen euro (eerste halfjaar 2010: 55 miljoen euro). De effectieve belastingdruk is gestegen van 26,5 procent naar 27,4 procent.

Melkprijs
De garantieprijs voor de melk van de leden-melkveehouders bedraagt over het eerste halfjaar 2011 36,33 euro exclusief btw per 100 kilo melk bij 4,41 procent vet en 3,47 procent eiwit (eerste halfjaar 2010: 30,25 euro, geheel 2010: 32,39 euro).

De pro forma prestatietoeslag over het eerste halfjaar 2011 bedraagt 1,38 euro per 100 kilo melk exclusief btw. Dit is 3,8 procent hoger dan de pro forma prestatietoeslag over het eerste halfjaar 2010 (1,33 euro per 100 kilo melk).

De pro forma reservering op naam van leden-melkveehouders over het eerste halfjaar 2011 bedraagt 41 miljoen euro. Per 100 kilo melk is dat 0,92 euro (eerste halfjaar 2010: 0,80 euro per 100 kilo melk).

Ontwikkelingen per business group
Bij Consumer Products Europe steeg de netto-omzet met 6,0 procent naar 1.689 miljoen euro (eerste halfjaar 2010: 1.594 miljoen euro). De toename is vooral het gevolg van de stijging van verkoopprijzen. Het verkoopvolume van de merken ligt op hetzelfde niveau als in het eerste halfjaar 2010. Het volume aan supermarkten geleverd huismerk is licht toegenomen. De marktaandelen van de meeste merken liggen op of boven hetzelfde niveau vergeleken met 2010. Consumer Products Europe zag het bedrijfsresultaat afnemen van 57 miljoen euro naar 0 miljoen euro. De belangrijkste reden hiervoor was de toenemende concurrentie als gevolg van stagnatie in de consumptie, waardoor de prijsverhoging van boerderijmelk en andere grondstoffen niet of maar ten dele en met vertraging konden worden doorberekend in de verkoopprijzen. Hierdoor stonden de marges sterk onder druk.

De business group Consumer Products International (Azië, Afrika, het Midden-Oosten, export) realiseerde een toename van de netto-omzet met 9,1 procent tot 1.205 miljoen euro (eerste halfjaar 2010: 1.104 miljoen euro). De stijging van de omzet is het gevolg van hogere verkoopprijzen en groei van het volume van vooral baby- & kindervoeding. De dure euro ten opzichte van de US-dollar en de Vietnamese dong hebben geleid tot een negatief valuta-effect op de omzet van 36 miljoen euro. Het merk Friso presteerde goed in China en Hong Kong. Er was sprake van enige druk op de marktaandelen van zuiveldranken in Vietnam, Indonesië en Thailand. Consumer Products International wist het bedrijfsresultaat met 192 miljoen euro op peil te houden (eerste halfjaar 2010: 197 miljoen euro). De business group kon in de eerste maanden van 2011 de marges redelijk handhaven. Echter door het hoge prijsniveau kwam het afzetvolume in een aantal landen onder druk te staan.

Cheese, Butter & Milkpowder realiseerde een toename van de netto-omzet van 9,6 procent naar 1.389 miljoen euro (eerste halfjaar 2010: 1.267 miljoen euro). De toename is het gevolg van hogere verkoopprijzen van commodities als foliekaas, melkpoeder en boter. Het verkoopvolume lag op een lager niveau dan in het eerste halfjaar 2010.
De business group realiseerde een negatief bedrijfsresultaat van 29 miljoen euro. Ten opzichte van het eerste halfjaar 2010 (-46 miljoen euro) is het resultaat verbeterd met 17 miljoen euro (37 procent) als gevolg van betere resultaten met commodities.

Bij de business group Ingredients steeg de netto-omzet met 16,1 procent naar 943 miljoen euro (eerste halfjaar 2010: 812 miljoen euro). De stijging van de omzet is het gevolg van prijsstijgingen en de toename van de verkoopvolumes. Vooral de sterke vraag uit Azië naar zuivelingrediënten heeft hieraan bijgedragen. De business group heeft haar bedrijfsresultaat met 53,4 procent weten te verbeteren naar 89 miljoen euro (eerste halfjaar 2010: 58 miljoen euro).

Het resultaat uit joint ventures en geassocieerde deelnemingen is afgenomen van 8 miljoen euro in het eerste halfjaar 2010 naar 5 miljoen euro in het eerste halfjaar 2011. Hier hebben de resultaten onder druk gestaan als gevolg van de hogere grondstofkosten.

Voortgang strategie route2020
De strategie route2020van FrieslandCampina richt zich op groei en waardecreatie in geselecteerde markten en productcategorieën. Om de groei in het segment baby- & kindervoeding te realiseren is in 2011 begonnen met een investeringsprogramma van 100 miljoen euro in de productielocaties in Beilen en Bedum. In Beilen bedraagt de investering 70 miljoen euro voor uitbreiding van de mengcapaciteit, een nieuwe droger en een nieuwe verpakkingslijn voor kindervoeding. In Bedum bedraagt de investering 30 miljoen euro voor opschaling van de droog- en verwerkingscapaciteit van ontzoute weiproducten die gebruikt worden als ingrediënten voor baby-& kindervoeding. In 2013 moeten alle investeringen gerealiseerd zijn.

De inspanningen op het gebied van marketing en innovatie concentreren zich op de behoeftenplatforms groei & ontwikkeling, dagelijkse voeding, gezondheid & welzijn en functionaliteit. De Research & Development organisatie is aangepast aan de speerpunten en richt zich vooral op de zuiveldranken, baby- & kindervoeding en merkkaas. De R&D capaciteit op het gebied van baby-& kindervoeding wordt verder uitgebreid. Er is een begin gemaakt met de bouw van het nieuwe FrieslandCampina R&D Centre in Wageningen.

Als uitvloeisel van route2020 heeft FrieslandCampina haar MVO-missie, -visie en –strategie opnieuw geformuleerd. Voorop staat dat FrieslandCampina er naar streeft haar toekomstige groei op een klimaatneutrale manier te realiseren. De MVO-strategie van FrieslandCampina rust op vier pijlers. Twee daarvan, duurzame melkveehouderij en duurzame productieketens, zijn gericht op het voortdurend verminderen van de milieubelasting van onze activiteiten. De pijler voedingswaarde & gezondheid heeft vooral betrekking op het bestrijden van ondervoeding en obesitas. Met de vierde pijler, ontwikkeling van de melkveehouderij in Azië en Afrika, worden boeren in landen uit deze regio’s actief ondersteund.

De zes speerpunten van waardegroei zijn: 

  • Groei in zuiveldranken wereldwijd door vergroting aandeel in totale consumptie. 
  • Versterking van marktposities in kindervoeding wereldwijd, zowel in ingrediënten als eindproducten. 
  • Toename van het marktaandeel in merkkaas, onder andere door uitbreiding van het merkenportfolio.
  • Geografische groei in de genoemde categorieën en verbetering van de sterke posities buiten deze categorieën.
  • Foodservice in Europa: versterking en verbreding van bestaande sterke posities in het buitenhuiskanaal, mede door geografische expansie.
  • Versterking van basisproducten, zoals standaardingrediënten, industriële kaas en huismerken (private labels), om het aandeel ledenmelk dat wordt verwerkt tot commodities te verkleinen.


Vooruitzichten
De economische vooruitzichten blijven onzeker. In Europa wordt verwacht dat consumenten door de economische onzekerheden terughoudend blijven in hun bestedingen en dat de consumptie van zuivel onder druk blijft staan. De onzekere economische situatie in een aantal Europese landen versterkt dat beeld. Op wereldniveau wordt verwacht dat de consumptie licht zal blijven stijgen, echter het moet nog blijken wat de onrust op de financiële markten voor invloed zal hebben op het consumentenvertrouwen. Te hoge prijzen voor zuivelproducten kunnen leiden tot vervanging van zuivelproducten door andere producten. Kleine schommelingen in vraag en aanbod op de wereldmarkt kunnen grote gevolgen hebben voor de prijsontwikkelingen van zuivelproducten. Mede hierdoor kan FrieslandCampina geen concrete verwachting uitspreken ten aanzien van het resultaat over het gehele jaar 2011.