Fors hoger resultaat 2010 bij 10 procent hogere omzet FrieslandCampina

16 maart 2011

Koninklijke FrieslandCampina N.V. heeft een goed jaar 2010 achter de rug. Ten opzichte van 2009 nam de netto-omzet met 10 procent toe naar bijna 9 miljard euro. De winst groeide met 57 procent naar 285 miljoen euro. De verkoopvolumes namen toe en de verkoopprijzen lagen op een hoger niveau. De verbetering van de marktomstandigheden in met name Azië en Afrika speelde daarbij een belangrijke rol. De business groups Ingredients en Consumer Products International droegen sterk bij aan de stijging van omzet en resultaat. Bij Cheese & Butter verbeterde het resultaat. Door de goede resultaten van FrieslandCampina en de hogere garantieprijs is de melkprijs voor de leden-melkveehouders, na de daling in 2009, het afgelopen jaar met 25 procent gestegen.

Stijging netto-omzet en nettowinst

  • Netto-omzet stijgt met 10 procent naar 8.972 miljoen euro (2009: 8.160 miljoen euro) door betere verkopen van consumentenproducten in Azië en Afrika en speciaalingrediënten en door prijsstijgingen
  • Volume in Azië en Afrika neemt toe, in Europa zorgt dalende zuivelconsumptie voor druk op volume. Marktaandelen meeste merken zijn verbeterd of gelijk gebleven
  • Bedrijfsresultaat verbetert met 68 procent naar 434 miljoen euro (2009: 258 miljoen euro)
  • Solvabiliteit verbetert met 2,4 procentpunten naar 39,1 procent
  • Winst verbetert met 57 procent naar 285 miljoen euro
  • Kasstroom uit operationele activiteiten gedaald met 342 miljoen euro tot 444 miljoen euro als gevolg van toename van het werkkapitaal door prijsstijgingen van grondstoffen en eindproducten


Melkprijs stijgt door hogere garantieprijs en hogere prestatietoeslag

  • Garantieprijs stijgt met 22,7 procent naar 32,39 euro per 100 kilogram melk (excl. btw, bij 4,41% vet en 3,47% eiwit)
  • Prestatietoeslag verdubbelt ruim naar 1,23 euro per 100 kilogram
  • Melkprijs voor leden coöperatie stijgt met 25 procent naar 33,62 euro per 100 kilogram (excl. btw, bij 4,41% vet en 3,47% eiwit)


In lijn met strategie
Cees ’t Hart, CEO van Koninklijke FrieslandCampina N.V.: “Het jaar 2010 is met een goed resultaat afgesloten. De marktaandelen van de meeste merken zijn verbeterd of gelijk gebleven. Het volume is toegenomen. Zowel omzet als resultaat zijn gegroeid in lijn met onze ambitie van groei en waardecreatie. In 2010 is de fusie (eind 2008 van Friesland Foods en Campina) afgerond. Er is een duidelijke focus op groei, verdere professionalisering van de organisatie en op samenwerking. De marktoriëntatie en de efficiency zijn toegenomen met als resultaat dat FrieslandCampina voorloopt op het realiseren van de synergiedoelstellingen.”

Versterking marktposities
In 2010 is meer geïnvesteerd in de merken. De reclame- en promotieuitgaven zijn ten opzichte van 2009 met 12 procent toegenomen tot 395 miljoen euro. Dit heeft in Azië en Afrika geleid tot zowel volumegroei als verbetering van marktaandelen. In Azië presteerden Frisian Flag en Friso opvallend goed. In Europa wisten onder meer merken als Chocomel, Fristi, Landliebe, Campina, Friso, NoyNoy Cheese, Milli Mia en Milner kaas hun marktaandelen te vergroten.

Stijging melkprijs
De melkprijs voor de leden van Zuivelcoöperatie FrieslandCampina steeg met 25 procent tot 33,62 euro (exclusief btw) per 100 kilogram (bij 4,41 procent vet en 3,47 procent eiwit). De garantieprijs over 2010 kwam uit op 32,39 euro, een toename van 23 procent vergeleken met 2009. De prestatietoeslag die FrieslandCampina aan de leden-melkveehouders uitkeert op basis van het resultaat van de onderneming is meer dan verdubbeld tot 1,23 euro per 100 kilogram geleverde melk (0,59 euro over 2009). Daarnaast is uit het resultaat 0,73 euro per 100 kilogram melk gereserveerd op naam tegen 0,35 euro in 2009. Dankzij de hogere garantieprijs en het hogere resultaat van de onderneming steeg de totale vergoeding aan de leden-melkveehouders per kilo geleverde melk in 2010 van 27,34 euro tot 34,35 euro (26 procent).

Verbetering marktomstandigheden
De wereldwijde vraag naar zuivelproducten van zowel consumenten als industriële afnemers herstelde zich in 2010 ten opzichte van 2009. Vooral vanaf het tweede kwartaal van 2010 nam de vraag naar zuivelproducten weer toe. Dit was het gevolg van een verder herstel van de wereldeconomie, de lage voorraadniveaus bij de verschillende afnemers en achterblijvend aanbod van melkproducten op de wereldmarkt door met name droogtes. Vanuit China nam de vraag naar melkpoeder en ingrediënten zeer sterk toe. In Rusland was sprake van een sterke consumptiegroei en een daling van de melkproductie door een hittegolf en bosbranden in de zomer. In Duitsland en Nederland was de consumptie redelijk stabiel, maar in landen als Griekenland, Roemenië en Hongarije stonden de volumes sterk onder druk als gevolg van de negatieve economische ontwikkeling. De export van zuivelproducten naar landen buiten de Europese Unie werd in de tweede helft van 2010 gestimuleerd door de zwakkere euro ten opzichte van andere valuta’s. Hierdoor verbeterde de concurrentiepositie van Europese zuivelproducten ten opzichte van andere regio’s. De prijsniveaus van de verschillende commodities als mager en vol melkpoeder, weipoeder, boter en foliekaas hebben bijna allemaal het gehele jaar boven het prijsniveau van 2009 gelegen. Deze prijsniveaus zijn ook richtinggevend voor de prijsontwikkelingen van andere zuivelproducten.

Hogere netto-omzet en toename volume
De netto-omzet van FrieslandCampina is in 2010 met 10 procent gestegen tot 8.972 miljoen euro (2009: 8.160 miljoen euro). De groei van de omzet kan voor ruim de helft, 470 miljoen euro, worden toegeschreven aan hogere prijzen. De toename van het verkoopvolume zorgde voor een toename in de omzet van 213 miljoen euro; de omzet is voor 173 miljoen euro positief beïnvloed als gevolg van wisselkoersveranderingen. De koers van de Amerikaanse dollar en van een aantal voor FrieslandCampina belangrijke Aziatische munten ten opzichte van de euro lag in 2010 gemiddeld boven die in 2009. De door de Europese Commissie opgelegde verkoop van een aantal activiteiten in 2009 (in verband met de fusie tussen Friesland Foods en Campina), heeft een negatief effect op de omzet gehad.

Bij de business group Consumer Products International (Azië, Afrika, het Midden-Oosten, export) was sprake van een toename van de netto-omzet met 20,3 procent tot 2.277 miljoen euro (2009: 1.893 miljoen euro). De stijging van de omzet is gerealiseerd door zowel volumegroei, prijsstijgingen als valuta-effecten. Bij Consumer Products Europe nam de netto-omzet toe met 1,5 procent naar 3.269 miljoen euro (2009: 3.222 miljoen euro). In Rusland werd groei gerealiseerd. In de meeste andere markten is sprake van een lager volume en prijsdruk door toegenomen promotionele ondersteuning. Ondanks de moeilijke marktomstandigheden zijn de marktaandelen van de meeste merken toegenomen of behouden. Cheese & Butter realiseerde een toename van de netto-omzet van 7,3 procent naar bijna 2.355 miljoen euro (2009: 2.195 miljoen euro). De toename is het gevolg van hogere prijzen van zowel kaas als boter en de toenemende export van kaas. Het geproduceerde en verkochte volume kaas lag op een lager niveau, mede als gevolg van de verkoop van de kaaslocatie Bleskensgraaf. De hogere prijzen voor kaas en boter hebben deze volumedaling gecompenseerd. Bij Ingredients steeg de netto-omzet met 37 procent naar 2.062 miljoen euro (2009: 1.505 miljoen euro). De stijging van de opbrengstprijzen, zowel van speciale ingrediënten voor de voedingsmiddelenindustrie als van melkpoeder en caseïnaten, droeg bij aan de omzetstijging.

Stijging bedrijfsresultaat
Het bedrijfsresultaat kwam uit op 434 miljoen euro, een stijging van 68 procent ten opzichte van de 258 miljoen euro in 2009. De hogere melkprijs voor de leden-melkveehouders is voornamelijk gecompenseerd door hoger verkoopprijzen. Daarnaast hebben synergievoordelen een positieve bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van het bedrijfsresultaat. In 2010 zijn de reclame- en promotiekosten gestegen met 40 miljoen euro. De herstructureringskosten namen in 2010 met 96 miljoen euro af ten opzichte van 2009.

Bijzonder positief was de verbetering van het bedrijfsresultaat van de business group Ingredients. De business group wist een negatief bedrijfsresultaat in 2009 om te zetten in een positieve bijdrage van 99 miljoen euro (2009: -20 miljoen euro). Dit was het gevolg van betere marges op commodities en basisproducten door hogere opbrengstprijzen, als mede door goede resultaten met speciale ingrediënten.
De business group Consumer Products International realiseerde een verbetering van het bedrijfsresultaat met 23 procent naar 356 miljoen euro (2009: 290 miljoen euro). De business group kon met name in de eerste maanden van 2010 de prijsverhogingen van grondstoffen goed doorberekenen in de markt. Ook werd geprofiteerd van positieve valuta-effecten.
Consumer Product Europe zag het bedrijfsresultaat met 26 procent afnemen naar 126 miljoen euro (2009: 170 miljoen euro). De belangrijkste redenen daarvoor waren volumedruk als gevolg van stabiele tot dalende vraag naar zuivelproducten door de slechte economische omstandigheden, toenemende promotionele uitgaven en de stijging van de grondstofkosten die niet geheel in de markt kon worden doorberekend.
De business group Cheese & Butter verbeterde haar bedrijfsresultaat met 36 procent tot -63 miljoen euro (2009: -98 miljoen euro). Ten opzichte van 2009 is het resultaat dankzij de hogere verkoopprijzen en verlaging van de productiekosten verbeterd bij de werkmaatschappijen Cheese Specialties en Cheese. Bij de werkmaatschappij Butter stonden de marges onder druk omdat de relatief snel stijgende prijzen voor melkvet onvoldoende in de markt konden worden doorberekend. Dit resulteerde in een negatief bedrijfsresultaat van deze werkmaatschappij.

De kosten van grond- en hulpstoffen en handelsgoederen stegen met 690 miljoen euro (13,6%) tot 5.779 miljoen euro. Aan de inkoop van melk van leden-melkveehouders (3.054 miljoen euro) werd 674 miljoen euro (28,3 procent) meer uitgegeven (2009: 2.380 miljoen euro). Dit was het gevolg van de hogere melkprijs en de toename van het volume melk van de leden-melkveehouders van de coöperatie. Het volume nam toe met 1,6 procent naar 8,8 miljard kilo (2009: 8,7 miljard kilo). In het verslagjaar werd in totaal (inclusief niet-ledenmelk) 10,3 miljard kilogram melk verwerkt, een afname van 4,5 procent ten opzichte van 2009 (10,8 miljard kilo).

De personeelskosten bedroegen onveranderd 817 miljoen euro. Het gemiddelde aantal medewerkers (fte’s) daalde met 2,7 procent tot 19.484. Dit was het gevolg van het samenvoegen van activiteiten na de fusie zowel op kantoren als in productielocaties, hetgeen leidde tot een vermindering van het aantal arbeidsplaatsen. Tegenover een daling van de pensioenlasten van 6 miljoen euro stonden marginale stijgingen van de lonen en salarissen en sociale lasten.

De reclame- en promotiekosten stegen met 43 miljoen euro tot 395 miljoen euro, dit ter versterking van de positie van de merken en vergroting van marktaandelen. De kosten voor onderzoek en ontwikkeling namen toe met 6 miljoen euro tot 61 miljoen euro. De energiekosten namen af met 26 miljoen euro.

De winst voor belastingen nam toe van 220 miljoen euro tot 378 miljoen euro (72 procent). De belastingen stegen van 38 miljoen euro tot 93 miljoen euro door de toename van de winst voor belastingen en het feit dat in 2009 eenmalig een bate is verantwoord als gevolg van het activeren van compensabele verliezen. De effectieve belastingdruk nam toe van 17 procent tot 24 procent. Na aftrek van belastingen is een winst gerealiseerd van 285 miljoen euro tegen 182 miljoen euro in 2009.

Verbetering financiële positie
Het groepsvermogen bedroeg aan het eind van het verslagjaar 2.071 miljoen euro tegen 1.749 miljoen euro een jaar eerder. De stijging met 322 miljoen euro was vooral het gevolg van de goede resultaten. Het eigen vermogen van de onderneming steeg met 309 miljoen euro tot 1.961 miljoen euro. Aan de reserves van de onderneming wordt een bedrag van 192 miljoen euro toegevoegd. Op naam van de leden-melkveehouders wordt een bedrag van 65 miljoen euro gereserveerd in de vorm van ledenobligaties-vast (0,73 euro per 100 kilogram melk tegen 0,35 euro in 2009). De solvabiliteit (groepsvermogen als percentage van het balanstotaal) bedroeg ultimo 2010 39,1 procent. Ten opzichte van ultimo 2009 (36,7 procent) was dit een verbetering van 2,4 procentpunt. Het effect van de toename van het groepsvermogen op de solvabiliteit werd gedeeltelijk teniet gedaan door de stijging van het balanstotaal, welke vooral samenhangt met de stijging van het werkkapitaal.

Strategische koers bepaald
Met de formulering van route2020 is de strategische koers van FrieslandCampina voor de komende jaren bepaald. Er zijn duidelijke keuzes gemaakt in de productgroepen en markten met groeipotentie, maar ook ten aanzien van de inrichting van een doelmatige en doeltreffende organisatie die in staat is marktkansen op wereldschaal te benutten. Duurzaam ondernemen speelt in de strategie een grote rol. ’t Hart: “De groeiende vraag op de wereldmarkt naar gezonde voeding die op een duurzame wijze is geproduceerd, biedt grote kansen.” FrieslandCampina is er van overtuigd dat het consequent hanteren van de uitgangspunten van maatschappelijk verantwoord ondernemen uiteindelijk een belangrijke en materiële bijdrage zal leveren aan de duurzame waardecreatie voor alle belanghebbenden. Het gaat daarbij om de waardeketens voor melk, het borgen van voedselzekerheid en aan het versterken van de publieke gezondheid – niet alleen met nutritionele zuivelproducten zelf maar ook met diverse initiatieven om vooral jonge mensen bewust te maken van het belang van gezond leven, gezond eten en bewegen.

Vooruitzichten
Voor 2011 wordt op wereldniveau een lichte toename in de vraag naar zuivel verwacht, vooral door de toenemende consumptie in de zich ontwikkelende landen. In Europa wordt verwacht dat de consumptie van zuivel onder druk blijft staan. Op de internationale zuivelmarkt kunnen kleine schommelingen in vraag en aanbod grote gevolgen hebben voor de prijsontwikkeling van commodities als melkpoeder, basiskaas en boter. Dit beïnvloedt tevens de prijsniveaus van andere productcategorieën. Bij de stijging van de kosten voor boerderijmelk en andere grondstoffen kunnen de marges onder druk komen te staan als deze kostprijsverhogingen onvoldoende of niet tijdig in de verkoopprijzen kunnen worden doorberekend. Het moment van vaststelling van prijs en looptijd in contracten kan grote gevolgen hebben voor de gerealiseerde verkoopprijzen en margeontwikkeling.
Voor FrieslandCampina staat 2011 in het kader van de realisatie van de strategie route2020. Groei wordt nagestreefd in zuiveldranken, baby- en kindervoeding, merkkazen en in het segment van gespecialiseerde ingrediënten. Investeringen zijn voorzien op het gebied van uitbreiding van de productiecapaciteit, vervanging van installaties, efficiencyverbetering en in innovatie. De innovatieprogramma’s zijn gekoppeld aan de speerpunten voor waardegroei en de gekozen behoeftenplatforms. De verwachting is dat de uitgaven voor research & development licht zullen toenemen. De financiële basis van FrieslandCampina is zodanig dat alle energie gericht kan worden op de realisatie van de plannen in het kader van de strategie route2020. Op het gebied van human resources wordt ingespeeld op de gevolgen van de demografische ontwikkelingen in de verschillende regio’s voor de gewenste personeelsbezetting evenals training en opleiding van medewerkers. Als gevolg van de in 2009 en 2010 aangekondigde herstructurering van een aantal productielocaties zal het aantal medewerkers in Europa afnemen. Verhoogde aandacht voor maatschappelijk verantwoord ondernemen in de gehele productieketen van zuivel zal moeten bijdragen aan duurzame waardecreatie voor alle belanghebbenden. Over de resultaatverwachting voor 2011 wordt geen uitspraak gedaan.