Voedingsinformatie richten op aanbevolen producten, niet op ‘ongezonde’ ingrediënten

31 mei 2010

De voedingsvoorlichting aan consumenten moet zich richten de voedingsmiddelen die dagelijks worden aanbevolen en niet op ‘ongezonde’ voedingsstoffen. Dat is de conclusie uit een grootschalig consumentenonderzoek van GFK in Frankrijk en Nederland. Het onderzoek werd op 21 mei in Amsterdam gepresenteerd op het symposium Nutrient Density/Nutritional aspects of dairy, van de zuivelorganisaties in Frankrijk (CNIEL) en Nederland (NZO).

De voornaamste resultaten van dit onderzoek:

  • Weinig consumenten zijn op zoek naar voedingsinformatie. Als ze dat wél doen, zijn de verpakking en internet de meest gebruikte bronnen;
  • Consumenten weten wél welke voedingsstoffen gezond zijn. Maar ze kijken er niet naar op de verpakking van producten;
  • Consumenten weten ook weinig af van het gehalte aan voedingsstoffen, zelfs als ze zeggen dat ze er aandacht aan schenken. Dit geldt ook voor hoger opgeleiden;
  • Consumenten die weten wat de aanbevolen hoeveelheden zijn van bepaalde producten, houden zich ook beter aan die aanbevelingen.

Nutrient Rich Food Index
De resultaten van dit onderzoek zijn een ondersteuning voor het systeem van de Amerikaanse professor Adam Drewnowski (Washington University, Seattle). Hij presenteerde tijdens het symposium de Nutrient Rich Food Index. Hiermee worden aanbevolen voedingsmiddelen gerangschikt naar de hoeveelheid goede voedingstoffen die zij bevatten in relatie tot de hoeveelheid energie. In de NRF-index van Drewnowski staan negen voedingsstoffen: eiwitten, vezels, drie vitamines en vier mineralen; daarnaast drie te vermijden voedingssstoffen: verzadigd vet, toegevoegd suiker en zout. Een systeem dat is gebaseerd op de hoeveelheid voedingsstoffen (nutrient density) van producten, heeft als voordeel dat de nadruk wordt gelegd op de positieve aspecten van de voeding. In de huidige voedingsvoorlichting overheersen boodschappen over negatieve aspecten: vet, suiker, zout.