Nieuw kwaliteitssysteem leden-melkveehouders

2 oktober 2009


FrieslandCampina introduceert per 1 januari 2010 een nieuw kwaliteitssysteem voor de leden-melkveehouders. Onder de thema’s ‘melk’, ‘koe’, ‘productieproces’ en ‘omgeving’ biedt het systeem de melkveehouders helderheid over normen en voorschriften als het gaat om de kwaliteit van de melk en de bedrijfsvoering van de melkveehouder. Inhoudelijk verandert er per 2010 weinig. Dit najaar  bespreekt FrieslandCampina de opzet van het nieuwe systeem en de noodzakelijke inhoudelijke wijzigingen op de ledenbijeenkomsten met de leden-melkveehouders. In 2010 gaat FrieslandCampina in gesprek met de leden over het opnemen van vrijwillige, optionele punten in het kwaliteitssysteem.

“In nauw overleg met een klankbordgroep van melkveehouders en met de bestuurlijke vertegenwoordigers van onze leden hebben we bewust gekozen voor het opzetten van een nieuw toekomstgericht kwaliteitshuis, met alleen de hoogstnoodzakelijke inhoudelijke wijzigingen. Dat zijn wijzigingen die voortvloeien uit de fusie, uit veranderende wetgeving of reeds lopende programma’s. Over het geheel gezien is er dus geen sprake van een verzwaring van kwaliteitseisen. Dat is ook niet nodig. De melk die onze melkveehouders leveren is van prima kwaliteit en hetzelfde geldt voor de bedrijfsvoering”, verklaart Atze Schaap, directeur Coöperatieve Zaken bij FrieslandCampina.
Het nieuwe kwaliteitssysteem is gericht op de leden in Nederland; voor de leden-melkveehouders in Duitsland en België haakt FrieslandCampina aan bij gelijkwaardige nationale systemen, zoals QM-Milch en IKM.

Opbouw kwaliteitssysteem, meten en presteren
Voor elk van de kwaliteitsthema’s ‘melk’, ‘koe’, ‘productieproces’ en ‘omgeving’ bestaan normen en voorschriften. Bijvoorbeeld voor kwaliteitsaspecten van de geleverde melk, de werking en inrichting van melkapparatuur, de gezondheid van de koeien en de kwaliteit van water en veevoer. Het vrijwillig weideprogramma van FrieslandCampina is per 1 januari 2010 ook onderdeel van het kwaliteitssysteem.
Hoe een melkveehouder scoort op de diverse kwaliteitsthema’s, wordt bepaald aan de hand van melkonderzoek en beoordeling van de bedrijfsvoering van de melkveehouder. De combinatie van scores op de diverse kwaliteitsthema’s bepaalt de kwaliteitsprestatie van het bedrijf. FrieslandCampina kent vanaf 1 januari 2010 vier klassen: ‘Excellent’, ‘Goed’, ‘Soms niet goed’ en ‘Structureel niet goed’. Hoe vaak in melk wordt gemeten, verschilt per kwaliteitsaspect en is mede afhankelijk van de kwaliteitsprestatie. Hoe vaak een beoordeling van de bedrijfsvoering plaatsvindt, is eveneens afhankelijk van de kwaliteitsprestatie.

Harmonisatie: diergezondheidsmonitor en externe toetsing verzekering veevoerleverancier
“Op een aantal inhoudelijke punten moesten we een keuze maken tussen de aanpak van óf voormalig Friesland Foods óf voormalig Campina”, legt Schaap uit.
Een voorbeeld daarvan is de continue diergezondheidsmonitor (CDM), die onder het thema ‘koe’ beschikbaar komt voor alle leden van FrieslandCampina in Nederland. CDM is een ‘continue’ monitoring van de diergezondheid op basis van bestaande gegevens over de gezondheid van dieren. Het systeem is samen met melkveehouders en deskundigen op het gebied van diergezondheid ontwikkeld. Het systeem levert veehouders veel praktische informatie op voor het monitoren van de diergezondheid. Op dit moment maken 5.500 melkveehouders van voormalig Friesland Foods al gebruik van CDM.
Verder wordt onder het thema ‘productieproces’ de externe toets van verzekeringspolissen van veevoerbedrijven de standaard voor alle leden in Nederland. Per 2010 mogen leden-melkveehouders alleen veevoer afnemen van leveranciers die op de lijst van FrieslandCampina vermeld staan. Van bedrijven op deze lijst is de verzekeringspolis getoetst en voldoende bevonden door een onafhankelijke deskundige. Zonder administratieve last voor de melkveehouder is er zo sprake van borging van de aansprakelijkheid indien zich een calamiteit zou voordoen met verontreiniging van veevoer. Campina kende dit systeem al. Voor leden van voormalig Friesland Foods betekent dit dat de plicht vervalt om met iedere veevoerleverancier een contract af te sluiten.

Wat in 2010 op de agenda staat
FrieslandCampina wil het kwaliteitssysteem zo inrichten dat er sprake is van basispunten die gelden voor alle melkveehouders en voor optionele punten waar een melkveehouder de vrije keuze heeft om eraan te voldoen of niet. Schaap: “Als FrieslandCampina staan we voor al onze 16.000 leden, maar we willen onze leden en dus FrieslandCampina ook de mogelijkheid bieden om zich individueel te onderscheiden zonder dat alle leden hier aan mee hoeven te doen. De één zal zich houden aan de minimumnormen (de basis), de ander kiest er voor om meer te doen. Daarom gaan we in 2010 met onze leden in gesprek over het opnemen van optionele punten in ons kwaliteitssysteem.”