De Nederlandse zuivelsector heeft zich, als onderdeel van de MJA3 en het convenant Schone en Zuinige Agrosectoren, tot doel gesteld jaarlijks een verbetering van 2 procent in energie-efficiëntie te bereiken. FrieslandCampina conformeert zich aan deze doelstelling door bij het produceren van zuivelproducten op de productielocaties gemiddeld 2 procent verbetering in energie-efficiëntie per jaar te bereiken.

Door energie te besparen en duurzame energie te produceren, kan de melkveehouderij bijdragen aan het verminderen van het gebruik van fossiele brandstoffen en de uitstoot van broeikasgassen zoals koolstofdioxide CO2, lachgas N2O en methaan CH4. Door investeringen in energie-efficiënte installaties wordt het energieverbruik per ton product verminderd. Zo gebruikt de nieuwe productielocatie van FrieslandCampina in Borculo voor zijn energievoorziening gecertificeerde duurzame pyrolyse-olie met een zeer geringe directe CO2-uitstoot. Onder andere ook in de productielocaties van FrieslandCampina in Leeuwarden, Veghel en van Alaska Milk Corporation in Makati City (Filippijnen) zijn investeringen gedaan waardoor efficiënter met energie wordt omgegaan.

Energie-efficiëntie

De energie-efficiëntie van FrieslandCampina is met 2,67 GJ/ton product praktisch gelijk gebleven aan vorig jaar. Door de groei van de productie van kindervoeding en de toename van de melkaanvoer zijn meer producten met een energie-intensievere productiemethode geproduceerd.

Foqus planet

Leden-melkveehouders kunnen sinds 2015 in Foqus planet een energiescan bijhouden en worden beloond wanneer het totale energieverbruik lager ligt dan 1.300 kJ/kg melk. De periode voor het invullen van de energiescan loopt jaarlijks van 1 februari tot 31 januari. 58 procent van de leden-melkbedrijven heeft meegedaan aan de energie scan. 29 procent heeft een energieverbruik lager dan 900 kJ/kg melk. Leden-melkveehouders worden beloond wanneer het totale energieverbruik lager ligt dan 1.300 kilojoule per kilo melk.

Dilemma

Om de doelstelling voor klimaatneutrale groei voor 2020 te realiseren investeert FrieslandCampina in nieuwe technologieën zoals windturbines, geometrische verwarmingsinstallaties of monomestvergisting om mest in biogas om te zetten. Echter zijn deze investeringen afhankelijk van vergunningen van lokale overheden of subsidies. Hierdoor wordt in veel gevallen de tijdsplanning van deze investeringen vertraagd. FrieslandCampina streeft naar een nauwere samenwerking met overheden om in de toekomst beter hierop te kunnen anticiperen in de ontwikkelingstrajecten.

Broeikasgasemissies

De broeikasgasemissies zijn in 2015 toegenomen met 5 procent. De voornaamste reden hiervoor is de toename met 6 procent van de melkproductie door de leden-melkveehouders. Het merendeel van de broeikasgasemissies is afkomstig van de melkveebedrijven (scope 3). Deze emissies zijn voornamelijk te herleiden naar de koeien. Methaan (CH4) komt vrij via pensfermentatie en tijdens de opslag van dierlijke mest. Lachgas (N2O) komt ook vrij bij de opslag van dierlijke mest en omzettingen van stikstofmeststoffen in de bodem. Bij het verbruik van brandstoffen en bij vorming van elektriciteit komt er koolstofdioxide (CO2) vrij. Voor de optelbaarheid van de verschillende gassen wordt het broeikaseffect van methaan en lachgas omgerekend naar CO2-equivalenten: 1 kilogram methaan CH4 komt overeen met ongeveer 28 kilogram CO2 en 1 kilogram lachgas (N2O) komt overeen met ongeveer 265 kilogram CO2. De gemiddelde broeikasgasuitstoot van een Nederlandse koe is 1,24 kg CO2 equivalent per kilo melk, terwijl het wereldwijde gemiddelde 2,4 kg CO2 equivalent per kilo melk is.

Tabel broeikasgasemissies

In bovenstaande zijn de klimaatneutrale groeiprestaties afgezet tegen het peiljaar 2010. De cijfers laten een positief effect zien van de maatregelen die genomen zijn op de productiebedrijven ten behoeve van de reductie van de uitstoot van broeikasgassen en de inkoop van groene elektriciteit. Deze daling is echter teniet gedaan door de stijging van de melkproductie op de leden-melkveebedrijven.