Geschiedenis van de zuivelcoöperatie
De sterke positie van de coöperatie in de zuivel, is geworteld in de geschiedenis. Eind 19e en begin 20e eeuw waren er nauwelijks mogelijkheden melk te koelen, het product was dus zeer bederfelijk. Het was dus onmogelijk de melk te ‘bewaren’ in de hoop er later een betere prijs voor te krijgen. Individuele veehouders met melk als belangrijkste bron van inkomsten, waren dus erg kwetsbaar tegenover hun afnemer.
De meeste consumenten woonden bovendien vooral in de stad en de boeren op het platteland. Om de afstand naar de consument te overbruggen, gingen lokale melkveehouders zelf melk houdbaar maken door er boter, kaas en melkpoeder van te maken, voor gezamenlijke rekening en risico. Ook moest de seizoenmatige grote aanbod van melk in het voorjaar verwerkt worden tot houdbare producten.
Ook gaf een coöperatie de mogelijkheid belangrijke maar kostbare investeringen te doen. Denk aan apparatuur voor melkverwerking of productbereiding, denk ook aan het zorgen voor afzetkanalen verder van huis. Een kleine boer kon dat nooit in zijn eentje doen, maar samen lukte dat wel.
Lees meer over melk en economie