Europees zuivelbeleid
Toen na de Tweede Wereldoorlog de Europese Economische Gemeenschap werd opgericht, was zekerstelling van de voedselvoorziening een belangrijk punt. Er werden regelingen ingesteld om dat te waarborgen.
De melkproductie in de Europese Economische Gemeenschap (EEG) groeide. Dat kwam onder meer door de melkprijsondersteuning door de EU. Verder spelen ook efficiencymaatregelen en technologische ontwikkelingen op melkveebedrijven een rol. Zo gingen koeien meer melk geven en gingen boeren meer koeien houden.
De Europese Economische Gemeenschap kwam met steunmaatregelen om binnen de EEG een bepaald prijsniveau voor melk te garanderen. Er werden heffingen ingesteld die van kracht waren bij import van buiten de EEG. Ook kwamen er subsidies om vanuit de EEG te exporteren naar andere landen, waar de prijzen veelal lager waren. En er was een systeem van interventie; als de prijs voor melkpoeder of boter binnen de EEG onder een bepaald niveau zakte, ging de EEG over tot het opkopen van melkpoeder en boter tegen gegarandeerde prijzen. Dat zorgde er eind jaren ’70, begin jaren ’80 van de vorige eeuw voor dat er in Europa grote hoeveelheden boter en poeder in opslag lagen. Dat waren de zogenoemde boterbergen en poederbergen.
Om het systeem beheersbaar te houden, heeft de EEG op 1 april 1984 de melkquotering ingesteld. Nadien heeft de EEG deze quota gekort. Melkveehouders mochten daardoor minder melk gaan produceren. Hierdoor zijn de overschotten verdwenen.
In de jaren ’90 van de vorige eeuw koos de Europese Unie vor een andere insteek bij het Europees landbouwbeleid. Een meer vrije markt en loskoppeling van steun en productie was de kijkrichting.
Begin deze eeuw zorgde dat in de zuivel voor wezenlijke veranderingen. De steunprogramma’s voor zuivel werden stap voor stap afgebouwd. Interventie kon alleen nog maar bij lage prijsniveaus. Daarom kunnen prijzen binnen de Europese Unie veel sterker dalen dan in de laatste decennia van de vorige eeuw. Het zogenaamde vangnet ligt veel lager.
In lijn met het afbouwen van die interne steunprogramma’s zijn ook de exportsubsidies en ten dele ook de invoerheffingen afgebouwd.
De Europese zuivelmarkt wordt daardoor steeds meer een vrije zuivelmarkt. De prijsvorming voor melk binnen Europa wordt meer en meer beïnvloed door wat er buiten Europa gebeurt.
Lees meer over melk en economie